» de kazernes

Wat is dit?

De kazernes:

829-832 Zware Transport Compagnie is na de oorlog opgericht in de Generaal de Bons Kazerne in Grave. De eerste commandant was majoor Brieffies. (met dank aan dhr. Noorman van der Dussen voor deze info). Later verhuisde de compagnie naar de De Lunettenkazerne in Vught., als behuizing bestaat deze kazerne nog steeds. Opvallend is de bouwvorm van de Lunettenkazerne. Gebouwd in een tijd dat Korporaal A.Hitler de scepter zwaaide, moest het Duitse oorlogskruis volledig tot zín recht komen. Dat is dus aardig gelukt. Blij toe dat dit het enige is dat van z'n duistere imperium nog overgebleven is. De soldaten die er na de 2e wereldoorlog gelegerd waren (waaronder het roemruchte 829-832) trokken zich in ieder geval niets van die dubieuze bouwstijl aan. Na Vught kwam de Pontonnierskazerne aan de beurt. Na het vertrek van de compagnie ( terug naar Grave) is deze kazerne volledig ontmanteld en verdwenen van de aardbodem. Een reŁnie in de kantine zit er dus niet meer in. Tijdens de Vught periode was er een dependance van 829 gelegerd in de Ripperdakazerne te Haarlem. Deze is inmiddels ook niet meer als militair object in gebruik en heeft de laatste jaren gefungeerd als opvangplaats voor asielzoekers. Op Google Earth zijn de drie plekken duidelijk te zien.

829-832ZwtCie keerde na Keizersveer terug in de Generaal de Bons Kazerne te Grave. Hier werd de compagnie opgeheven en werd er onder een andere naam verder gegaan.
Foto's vind je op de fotosite.

Geschiedenis Lunetten kazerne te Vught:

Konzentrationslager Herzogenbusch / van Brederodekazerne-Lunettenkazerne.

Ten westen van Vught ligt een groot complex dat vroeger deel uitmaakte van het konzentrationslager Herzogenbusch ( Kamp Vught). Het SS-concentratiekamp, gebouwd in 1942, stond onder rechtstreeks commando van het SS- hoofdkwartier te Berlijn. De SS had dit kamp nodig omdat de kampen in Amersfoort en Westerbork de toenemende stroom van gevangen niet meer aankonden. In totaal hebben hier tussen januari 1943 en september 1944 ruim 31.000 mensen gevangen gezeten, van wie er ruim 15.000 zijn gedeporteerd. Met de nadering van de geallieerden in augustus en september 1944 werden gevangenen massaal gefusilleerd op de fussiladeplaats van Lunnetten.
Het concentratiekamp vormde een noord-zuidgeoriŽnteerde rechthoek met reeksen eenvoudige barakken. Op het noordelijke deel stonden een crematorium en een gebouw waar vliegtuigen werden ontmanteld. Het zuidelijke deel, nu de van Brederodekazerne, was bestemd voor de huisvesting van bewakers en officieren, administratieve en technische diensten en de commandopost. Aan de overzijde van de Lunettenlaan lag de in kruisvorm gebouwde SS-kazerne, nu de Lunettenkazerne. Na de oorlog is een deel van het voormalige concentratiekamp langdurig in gebruik geweest als het Molukse woonoord Lunetten. Tegenwoordig is het grootste deel van het complex in gebruik bij de genie. Op het terrein van de van Brederodekazerne, in de voormalige kampkeukens, bevindt zich het Geniemuseum.


Geschiedenis Pontonnierskazerne: ( met dank aan ďwww.jeoudekazernenu.nlĒ)

Huidige toestand
Er bestaat in Nederland geen tweede kazerne die zo grondig (letterlijk en figuurlijk) verwijderd is als de Pontonnierskazerne. Op de plaats van de voormalige kazerne is er nu het industrieterrein Pontonnier. Hier zijn ondermeer enkele werven gevestigd waarvoor een haven gegraven is. De grond die daaruit vrijkwam is gebruikt voor de aanleg van het traject van de Hoge Snelheids Lijn.
Parallel aan de oprit van de brug (van de A27) over de Bergse Maas, loopt nog 50 meter zeer verroest hekwerk op de grens van het vroegere kazerneterrein. Dit is waarschijnlijk het enige dat aan de sloop ontsnapt is.
De scheepsbel van de kazerne hangt tegenwoordig aan het monument voor de pontonniers op de Margrietkazerne in Wezep.
Geschiedenis
De kazerne werd in 1952 in gebruik genomen door de pontonniers en was tijdens de watersnoodramp in Zeeland in februari 1953 van groot nut. De kazerne stak als een eiland uit boven de onder water gelopen omgeving. Direct werden de pontonniers ingezet om de inwoners van het nabijgelegen Raamsdonk te evacueren met vlotten, vletten en aanvalsboten. De geŽvacueerden vonden tijdelijk op de kazerne een onderkomen. Als dank voor de redding schonk de bevolking van Raamsdonk in 1955 zes gebrandschilderde ramen, die in de manschappenkantine geplaatst werden. Tegenwoordig hangen ze in het Geniemuseum te Vught.
Op de kazerne was tot in de jaren '60 112 Pontonniersbataljon (later omgedoopt in 462 Pontonniersbataljon) gevestigd. Hun taak was ondermeer het bouwen van grote bruggen op pijlers of pontons, er werd daartoe geoefend op de direct naast de kazerne gelegen Bergse Maas. 112 Pontonniersbataljon had ook een taak met het invaren van pontons in de stuwen van de IJssellinie en het in oorlogstijd in veiligheid brengen van Rijnschepen.
In 1966 werd 101 NBC-Ontsmettingcompagnie aan de pontonniers toegevoegd. Het dan geheten 462e Pontonniersbataljon werd echter in het kader van bezuinigingen in 1967 mobilisabel gesteld. De Ontsmettingscompagnie verhuisde naar Wezep en aan de aanwezigheid van de genie op de kazerne kwam een eind.
De kazerne zou verder ondermeer gebruikt worden door 829-832 Zware Transport Compagnie en als Rijopleiding voor de vele dienstplichtige chauffeurs die de Landmacht in die jaren nodig had.
Toen de Koude Oorlog afgelopen was en het leger een andere koers ging varen, waren er minder kazernes nodig en vele kwamen dan ook leeg te staan. Ook de Pontonnierskazerne, waarvoor in 1995 het doek viel voor het militaire gebruik .

Eind jaren '90 zou de kazerne nog gebruikt worden voor de opvang van Kosovaarse vluchtelingen, maar er waren regionaal andere plannen. Hiertoe kocht de gemeente Geertruidenberg in december 1999 de kazerne van Domeinen voor 2,6 miljoen gulden. Het plan van de gemeente was om tot herinrichting te komen in samenwerking met Rijkswaterstaat. Daartoe moest enige bedrijvigheid, onder andere enkele scheepswerven aan de Donge, verplaatst worden naar het terrein van de kazerne. Rijkswaterstaat wilde een deel van het terrein afgraven ten bate van de overloop van de Bergse Maas.
De sloop van de kazerne begon in 2000 en al snel was er enige (financiŽle) tegenslag, er werd veel meer asbest aangetroffen dan verwacht. Binnensdijks werd een haven uitgegraven, dit is het zogenaamde natte deel voor de scheepsbouw. Op het droge deel van het voormalige kazerneterrein kwamen andere bedrijfsaktiviteiten. De voormalige gymnastiekzaal van de kazerne werd in gebruik genomen door een vereniging die er carnavalswagens bouwde, maar is anno 2009 ook verdwenen om ruimte voor bedrijfsaktiviteiten te maken.
De naamgever
De kazerne is in tegenstelling tot bijna iedere kazerne in Nederland, niet naar een persoon genoemd maar naar oude gewoonte naar de gebruiker.
De geschiedenis van de pontonniers gaat terug naar het einde van de 16e eeuw. Het Staatse leger kreeg de beschiking over een eigen ponttrein, die alles bevatte dat voor het slaan van een brug nodig was. De zogenaamde pontgasten kwamen uit het scheepsvolk dat de binnenwateren bevoer. Zij waren (nog) geen militairen en dienden alleen als het leger hen nodig had. In de 17e en 18e eeuw zou het leger wel altijd pontgasten in dienst hebben voor onderhoud van het materieel.
In 1732 werden de pontgasten wel als militairen beschouwd, die ook uitgebreid oefenden en als pontonniers aangeduid werden. In de Franse tijd (1793-1813) zouden de pontonniers als onderdeel van het leger van het Franse keizerrijk de veldtocht naar Rusland in 1812 meemaken. Maar weinig pontonniers zouden die tocht overleven.
In de tijd van 1813 tot 1940 kwamen er altijd pontonniers in de legerorganisatie voor. Sinds 1841 met de status van korps en onder de artillerie vallend tot 1927, daarna als onderdeel van de genie. In de jaren kort voor de 2e Wereldoorlog was het korps flink gegroeid en volledig gemotoriseerd. In de meidagen van 1940 stelden de pontonniers een groep Duitse parachutisten bij Dordrecht buiten gevecht.
In de naoorlogsjaren had 112 Pontonniersbataljon een speciale taak in de IJssellinie, maar zou in het algemeen het onderscheid tusen pioniers en pontonniers vervagen. Wel hoorden de pontonniers meer bedreven te zijn in de brugslag op ruw water.
De huidige Landmacht kent allang geen Korps Pontonniers meer. Wel worden er nog altijd opleidingen tot pontonnier gegeven, waarna logischer wijze plaatsing bij een brugcompagnie volgt.
Overig
De Pontonnierskazerne werd in 1952 opgeleverd en is bouwkundig gelijk aan andere, maar grotere, kazernes die in de jaren '52 en '53 ter beschikking van de Landmacht kwamen. De kazerne was vanwege zijn ligging aan stromend water uniek voor de Landmacht.

Ripperdakazerne, Haarlem:
Wat is de historie van de Ripperdakazerne ? Ontstaansgeschiedenis:
In de 19e eeuw was Haarlem een middelgrote garnizoensplaats. De manschappen waren gelegerd in de Koudenhornkazerne. De officieren en onderofficieren waren echter overal in de stad ingekwartierd. Deze situatie was onpraktisch en aan verandering toe.
1 April 1874 deelde de minister van Oorlog het college van Burgemeester en Wethouders mee dat in Haarlem een nieuw Indische Brigade gekazerneerd zou worden. Voor de bouw van de kazerne was een terrein nodig. Op 1 juli 1874 besloot de gemeenteraad het veld aan het begin van de Alkmaarse Straatweg en grenzend aan de Stads-Buitensingel kosteloos aan het rijk in bruikleen te geven. De Burgemeester en Wethouders gingen op 18 augustus 1874 akkoord met het schetsplan voor de nieuwe kazerne. Wegens een begrotingstekort ging de bouw toen niet door. De gemeente was het niet eens met de eenzijdige verbreking van het contract en drong aan op de uitvoering van de afgesproken plannen.
In mei 1877 kwam er een nieuw voorstel. De minister van Oorlog was bereid de cavaleriestallen en andere militaire gebouwen in de stad aan de gemeente af te staan. In ruil hiervoor moest de gemeente bereid zijn 8 ha. grond aan de Kleverlaan en de Alkmaarse Straatweg ter beschikking te stellen voor de bouw van een nieuwe kazerne. Hier ging de gemeente mee akkoord. De gemeente betaalde de grondeigenaar Ä 21.781,45 (É 48.000) en stelde de grond aan het rijk ter beschikking. Op 11 Oktober 1882 is met de bouw van de kazerne begonnen. Het hoofdgebouw van de Ripperdakazerne is gebouwd volgens het ĎType Francaise 1874-1875í. Dit type kenmerkt zich door een lineair grondplan waardoor er meer licht en frisse lucht binnen kon komen. Het ontwerp is van majoor I.J.H. Gijsberti Hodenpijl.
Het gebouwencomplex, bestaande uit de kazerne, een kantine, een gymnastiekgebouw, een privaatgebouw, een overdekte rijbaan, twee open rijbanen, vier stallen, een ziekenstal en een smederij met beslagloods, is in fasen opgeleverd. De laatste oplevering was op 15 oktober 1884.
Buiten de eerste bouwplannen zijn er in 1883-1884 nog vier blokken woningen voor gehuwde militairen en een fouragemagazijn bijgebouwd. Ook zijn er nog een schietloods met kegelbaan en een werkplaats voor de Genie gebouwd. De Cavaleriekazerne is op 29 oktober 1884 in gebruik genomen.
Historische ontwikkeling van de kazerne
Het kazernecomplex is, met uitzondering van het hoofdgebouw, in de loop van de tijd ingrijpend veranderd. Van 1884 tot 1922 werd de kazerne door de cavalerie gebruikt. De kazerne stond toen bekend als het paardendepot. Het 2e Regiment Huzaren richtte in die periode daar hun paarden af. Voor de Huzaren is er in 1895 nog een bergplaats voor patronen en patrooncaissons gebouwd. In 1907 kwam er een tweede overdekte rijbaan. In de periode 1922-1940 is de kazerne bezet door het korps Motordienst. De overdekte rijbaan werd toen als garage gebruikt. Het privaatgebouw, de ziekenstal en de open rijbaan zijn in deze periode gesloopt. Op 1 september 1934 toen de kazerne 50-jaar bestond werd de naam 'Cavaleriekazerne' officieel veranderd in 'Ripperdakazerne'. Dit ter nagedachtenis aan kapitein Wigbolt Ripperda. Hij speelde een belangrijke rol tijdens het beleg van Haarlem in 1572-1573.
Tijdens de tweede wereldoorlog is de Ripperdakazerne door de Duitsers bezet. Zij breidde de kazerne in 1943 uit met de bouw van kantoorruimten en extra garages. Na de bevrijding is de kazerne weer in gebruik genomen door militaire transporteenheden. De kazerne is tot 1967 gebruikt door de 'Aan- en Afvoertroepen'. Zij leidde oorlogsvrijwilligers op voor uitzending naar het voormalig Nederlands IndiŽ. In 1948 is voor de transporteenheden een benzinepomp gebouwd. Bij het vertrek van de Aan- en Afvoertroepen is ook het transportbataljon uit de kazerne vertrokken. Van 1967 tot 1978 was de kazerne het Opleidingscentrum voor Technische Specialisten. In 1978 vestigde de kokschool Intendance zich in de kazerne. Het door de Duitsers gebouwde gebouw is toen omgebouwd tot leskeuken. Vanaf 1992 is de Ripperdakazerne gebruikt als tijdelijk opvang voor vluchtelingen.
Momenteel wordt een een nieuwbouwproject uitgevoerd waarbij het monumentale hoofdgebouw bewaard blijft en getransformeerd wordt in een gigantisch appartementencomplex. Foto's hiervan in het fotoalbum.

Generaal de Bonskazerne:
De kazerne is in gebruik geweest van 1939 tot 1995. Info: Ten zuiden van Grave ligt de voormalige Generaal de Bonskazerne. Het terrein ligt in een kleinschalig gebied met agrarische bedrijven en verspreid liggende woningen. Een gedeelte van het terrein is in gebruik als asielzoekerscentrum. Het resterende gedeelte, zo'n 8 ha is ontwikkeld tot een duurzaam bedrijventerrein met de functies wonen en werken. Hierbij wordt gerefereerd aan de militaire historie en de natuurwaarden in de omgeving. Het bedrijventerrein is bedoeld voor kleinere lokale bedrijven met een sterke binding met de eigen gemeente en een beperkte opvang voor regionale functies. In gebruikneming : 9-7-2009


[ terug... ]Omhoog


Zwaar Transport Poll

de Flickr fotosite

De landmacht nu...

De Bravo Cie!

MOB Complexen

Het 41 DKO!

Living History!

Leo Zwaal's autohistorie

De Site van Henk Kruit

boekje Pienter.nl

Ook een eigen website?


Copyright 2002-2019